het gekwetter op de snelweg
ontwaakt in de zon
mijn vel zit lekker
in mijn hoofd
als het zonlicht verdoofd
in de achteruitkijkspiegel
van een leven
te veel
woorden te weinig
op mijn eigen rails
loopt mijn trein
raast hij het lekkerst
een leven te kort
om fouten te maken
om krom te trekken wat recht lijkt
geijkt in jouw hoofd
gerijpt in mijn straatje
het gaatje
gedicht
met de lente
in zicht